Laura’s vakantie column: Wim Kan

Laura’s vakantie column: Wim Kan

Ben begonnen in het dagboek van Wim Kan vanuit Birma en direct ook als een blok voor hem gevallen. Hij noemt alles reuze reuze lief reuze gezellig…ik weet wel dat het een modewoord was toen, zo iets als “super” nu, maar om in een Jappenkamp te zitten en dan allerlei dingen reuze te vinden, vind ik super…reuze super. Hij is geloof ik niet zo heel politiek, grappen zijn een beetje van de orde van Wilders heeft raar haar en Erica Terpstra is dik, waarmee je politici klein maakt en dus denk ik ongevaarlijker dan ze zijn.
Ik heb ondertussen een reuze heimwee, wat raar is maar ook reuze handig omdat ik me zo beter kan in leven in mijn twee hoofdpersonen Wim en Suu Kyi, die ook hele erge heimwee hebben. Ze zijn wel heel anders in het omgaan met hun “vijand”: Aung San Suu Kyi weigert eten aan te nemen van degene die haar vast hebben gezet, terwijl Wim Kan menig kippetje wegsmikkelt van de Jap. Ook denkt Wim Kan er nog niet over om een politieke opmerking te maken waar Aung San en haar landgenoten als ze ook maar even de kans krijgen steeds blijven zeggen wat ze denken. Ook al bekopen ze dat voortdurend met de dood, of minstens tien jaar gevangenis, waar ze dan mediterend doorheen komen. Tsja en ik hield het nog geen twee dagen uit.
Wim Kan schrijft veel over hoe dun het laagje beschaving is en dat iedereen z’n idealen verliest als het op brood aankomt. Ik word daar treurig van, wil dat niet geloven en geloof ondertussen dat het veel zegt over hemzelf  EN over mij.

Verder geen kwaad woord over de man. Hij treedt ongeveer elke avond op en presteert het om soms meer dan 300 krijgsgevangenen met schurft en luizen te laten lachen en te laten zingen…dat is heel wat anders dan Frascati 2.

Maar die mensen in Birma tsjonge, die zijn uit ander hout gesneden. Hetzelfde hout als het Boeddhatje in mijn vensterbank dat ik al heel vaak heb laten vallen, omdat hij steeds verstrikt raakt in het snoertje van de schemerlamp. Onverwoestbaar is hij terwijl hij een puntje heeft op z’n hoofdje wat er zo af zou kunnen breken en een heel dun nekje, maar kapot gaan dat wil hij niet.  Mooi contrast die standvastige Aung San en die wankelmoedige moedige Wim Kan. Zegt denk ik ook iets over Oost en West. (Wil zijn als Aung San ben als Wim Kan…die ik reuze goed begrijp als hij z’n leven niet op het spel wil zetten voor een politieke grap.)

Andere berichten

Nieuwsbrief